Hoe wordt een saunabad genomen?

Tijdens een saunabad wordt ons lichaam 2 à 3 keer achtereenvolgens aan elkaar afwisselende “opwarm “ en “afkoelfasen “ blootgesteld. Men zegt dan dat er 2 of 3 “saunagangen“ worden gemaakt.

Teneinde de (infrarode) straling van het houten plafond en de wanden goed op onze huid te kunnen laten inwerken wordt iedere vorm van bekleding van ons lichaam achterwege gelaten. Het saunabad is dus een naaktbad.Door het dragen van een badpak wordt het transpiratievocht op onze huid vastgehouden en dat kan de huid irriteren en soms het ontstaan van eczeem bevorderen. Met het dragen van badkleding wordt ook het verdampen van transpiratievocht afgeremd waardoor onvoldoende koeling voor de huid wordt verkregen.

Het is een goede gewoonte om zich, voordat men aan het saunabad begint, met warm water en zeep te wassen. In een openbare sauna is dit zelfs verplicht en heeft men daartoe een speciale “voorreinigingsruimte “ ingericht. Vervolgens moet men het lichaam helemaal goed afdrogen , omdat wij met een droge huid in de cabine sneller tot transpireren komen. Voor het betreden van de saunacabine kan men dan nog een warm voetbad nemen wat ook transpiratiebevorderend werkt.

In een goed verwarmde saunacabine nemen wij op de middelste of de bovenste plank plaats. Wij kunnen er gaan liggen of ontspannen zitten, maar dan wel met de benen op hetzelfde niveau als de rest van ons lichaam, zodat ook de voeten zich in dezelfde temperatuurzone bevinden.

Het einde van de “opwarmfase” wordt bereikt zodra het lichaam voldoende warm geworden is en men zelf de behoefte aan afkoeling voelt. Het sein om de cabine te verlaten wordt niet gegeven door de mate waarin onze huid nat is  van het transpiratievocht –om goed te kunnen transpireren, moet de ongeoefende saunabader eerst zeker 6 tot 8 keer een saunabad nemen – maar vooral het gevoel van warmte moet ons waarschuwen dat het tijd wordt om de cabine te verlaten . Tijdens het verblijf in de saunacabine stijgt de temperatuur van onze huid tot 39 à 40°C en de kerntemperatuur kan oplopen tot 38 à 38.5 °C.

Voordat wij de cabine verlaten gaan wij dan eerst nog even rechtop zitten met onze voeten omlaag(zoals op een stoel) waardoor de bloedsomloop de gelegenheid krijgt om zich weer aan de verticale houding aan te passen. Rustig dalen wij dan van de bank af en begeven ons vanuit de cabine direct naar het luchtbad. Ons lichaam heeft nu dringend zuurstof nodig en daarin wordt snel voorzien als de luchtwegen door het inademen van de buitenlucht gekoeld worden.

In het luchtbad moeten we op twee dingen letten: goed uitademen (en langzaam inademen) en niet stil blijven staan maar rustig heen en weer blijven lopen.Na een paar minuten, nog voordat wij het koud beginnen te krijgen, kunnen wij dan met behulp van koud water onze huid verder gaan afkoelen.

Daarbij worden altijd eerst de verst van het hart verwijderde extremiteiten (handen, armen, voeten en benen ) tegen de stroomrichting van het bloed in (dus naar het hart toe) met het koude water in aanraking gebracht. Het beste lukt dit met de afkoelslang, maar ook bij het gebruik van een gewone of meervoudige afkoeldouche kan dezelfde procedure worden gevolgd. Wie er zin in heeft en daar niet door een bepaalde afwijking (oa. te hoge bloeddruk) van wordt weerhouden, kan aansluitend nog gebruik maken van het koude dompelbad.

Deze afkoeling met koud water gebeurt bij ons minder vaak in het luchtbad, maar vindt veelal in de speciaal daartoe ingerichte “afkoel-“ of “koudwaterruimte” plaats. In dit vertrek treffen wij niet alleen de verschillende soorten afkoeldouches,-slangen en een dompelbad aan , maar ook een speciale zithoek met de gelegenheid tot het nemen van een warm voetbad.

Bij iedere afspoeling met of onderdompeling in koud water vernauwen zich de haarvaten in onze huid en door middel van het warme voetenbad bevorderen wij langs reflectoire weg het tempo waarmee deze capillairen zich daarna weer gaan openstellen. Daartoe blijven wij ongeveer 3 tot 5minuten met onze voeten in het warme water zitten.

Het overschot aan warmte dat zich nog altijd in ons lichaam bevindt komt dan langzamerhand weer naar de huid , die opnieuw duidelijk merkbaar warmer wordt . Nu wordt het tijd om nog een keer met het koude waterdouche, slang of dompelbad –voor een versnelde afkoeling te zorgen, wat ook weer moet worden opgevolgd met een warm voetenbad om een vlotte openstelling van de haarvaten te bevorderen. Deze “gymnastiek” met de poriën van onze huid betekent een belangrijke training voor het haarvatenstelsel.

Beginners herhalen het complete ritueel van “opwarmen” (in de saunacabine) en “afkoelen” (luchtbad+afkoelruimte) nog eenmaal, maar meer geroutineerde saunabaders maken op die manier minstens drie saunagangen. Het is wel van belang om bij de laatste saunagang volledig af te koelen en daarmee te voorkomen dat men nadien onder de kleding nog weer eens begint te transpireren. Dit “nazweten” zou er de oorzaak van kunnen zijn dat wij op weg van de sauna naar huis net nog even een kou kunnen vatten. Tenzij je van een thuissauna geniet.

Zij, die gewend zijn regelmatig een “stoombad” (=Turks bad) te gebruiken, moeten steeds weer tot hun verrassing vaststellen, dat men na afloop van een saunabad totaal niet uitgeput, vermoeid of slaperig is. De juist gedoseerde “afkoeling” -na elke niet te lang gerekte “opwarmfase” in de cabine geeft ons dat geweldige gevoel van verkwikking.

Daarom ook heeft slechts een klein deel van de saunabezoekers behoefte om na afloop van het bad gebruik te maken van de speciale ligstoelen in de relaxruimte. Enige tijd na afloop van het saunabad treedt bij iedereen wel een gevoel van vermoeidheid op als een normale reactie van een gezond lichaam na het leveren van een flinke prestatie.

Voor vele saunabaders betekent dit echter een extra garantie voor een goede nachtrust. De ervaring leert ons snel genoeg, juist m.b.t. die nachtrust , wat voor ons persoonlijk het beste tijdstip is (’s morgens ,’s middags of ’s avonds) om een saunabad te nemen.


Tags: , , , ,

Leave a Reply